Verzetsverhaal van H.P. de Bie

Op deze site vindt u het verhaal van H.P. de Bie met archiefmateriaal van de familie de Bie.

Verzetsverhaal van Hendrik Peter ‘Henk’ de Bie  
[ 6 september 1895 – 25 augustus 1944 ]
gebaseerd op Gorcumsche Gezichten WO II (het verzetsverhaal van H.P. de Bie), familiearchief en Verhaal Ton Spronk-2009.
Het verhaal van (Marinus Spronk en van) H.P. de Bie is verteld op 4 mei 2025 in Gorinchem op de plek waar het gebeurde in het kader van Open Joodse huizen/Huizen van Verzet – Gorinchem. Het indrukwekkende verhaal kunt u hieronder lezen; en via deze link de presentatie meebeleven.
Het indrukwekkende verhaal van Marinus Spronk is opgetekend door Kees Lange en ook op deze site te vinden.


Passage uit de afscheidsbrief van H.P. de Bie, d.d. 25 augustus 1944, aan zijn gezin:
…Nu lievelingen, mijn einde nadert doch vergeet niet dat God het is die regeert en jullie de vrijheid weder geven zal, wat ik niet mee beleven mag. Nogmaals Gods besten zegen toegewenst en groet van mij de geheele Fam. en ook al de kennissen en ook de Directeur en al mijn collega’s.
Ook Willy en feliciteer haar met Greetje haar verjaardag, want ik ga naar haar Opoe toe en Moeder. Ik heb nog het laatste Avondmaal gevierd met een dominee en gelezen in den Bijbel en wil je ook den Dominee hartelijke groeten van mij en aanstaande Zondag in de kerk gedenken in gebed en laten zingen ps. 123. Ik hef tot U die in den Hemel zit mijn oogen op en bid.
…Mijn eigendommen worden je toegezonden en daar kun je mede handelen naar goeddunken.
Nu lievelingen moet ik eindigen en ik zou nog zooveel willen schrijven maar ik kan niet meer en ik kan niet meer. Doch vergeet niet dat er een God leeft die voor je zorgen zal en vergeet mij nooit meer hoewel ik veel gebreken had.
…Nogmaals allerliefste schat, mijn allerliefste vrouwtje, Willy, Marinus, Klaaske, Adrie en Machiel, Hansje en Greetje

Nogmaals vele kussen in gedachten
Je Vader en Man en Opa Hendrik Peter de Bie
Dag allemaal, tot ziens hierboven.


Hendrik Peter (Henk) de Bie werd op 6-9-1895 in de Keizerstraat 68 te Gorinchem geboren. Zijn ouders waren de metselaar Adrianus de Bie en Wilhelmina Golverdingen (zie stamboom). Henk groeide op in een gereformeerd gezin waarbij ze op diverse adressen in de binnenstad woonden, o.a. Kalkhaven 67. Henk was de zevende uit een gezin van twaalf kinderen; zes zijn op zeer jonge leeftijd gestorven.

Na de lagere school ging hij aan de slag als bouwarbeider in het bedrijf van zijn vader. Hij was soldaat van 1915-1918 waar hij ongetwijfeld kennis kreeg van wapens, munitieopslag, etc. Na de wereldoorlog trad hij in dienst bij de PTT als postbode. Bij de oprichting van de afdeling Gorinchem e.o. van de Nederlandsche Bond van Prot.Chr. Post-, Telegram- en Telefoonpersoneel ‘Door Plicht tot Recht’ werd hij als enige Gorcumer bestuurslid.

Henk trouwde op 19-11-1919, na zijn militaire diensttijd, met Margrieta van Houten. Ze kregen twee kinderen, Wil en Rinus. Door een hartafwijking overleed Margrieta vroegtijdig.
Henk hertrouwde op 28-10-1931 met Alida Francina van den Hout, de verpleegkundige die Margrieta had verzorgd tijdens haar ziekbed. Uit dit tweede huwelijk kwamen nog voort Klaaske, Adrie en Machiel. Hij kocht in 1933 een stuk grond aan de Grote Haarsekade, destijds nog een landelijke omgeving, en bouwde daar een huis voor zijn gezin. Dit huis, destijds nr. 41, staat er nog steeds, maar heeft nu nr. 34.



Na zijn diensttijd sloot De Bie zich aan bij de Bijzonder Vrijwillige Landstorm (BVL), niet te verwarren met de Landstorm die tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond. Zij moesten de overheid helpen bij het handhaven van binnenlandse orde en rust, onder meer tegen de revoluties die in andere landen (Rusland, Oostenrijk en Duitsland) hadden plaatsvonden en ook in Nederland dreigde. Ze zagen een gevaar in de NSDAP beweging, waren koningsgezind en vochten mee met het Nederlandse Leger tijdens de Duitse inval. (zie geschiedenis BVL). De afdeling Gorcum van de BVL hield wekelijks schietoefeningen. Bij de schietwedstrijden in 1937 haalde Marinus Spronk de 1e prijs in de 1e klasse en Henk de Bie de 7e prijs in de 2e klasse. Maar Henk is bij een jaarlijkse schietwedstrijd ook koningsschutter geworden.

Henk nam ook deel aan de Lucht Beschermingsdienst (LBD) die na de Duitse inval in Polen was opgezet om burgers te beschermen tegen luchtaanvallen. Zo werden schuilplaatsen gebouwd en oefeningen gehouden, zoals een gasaanval ; ook Henk had een gasmasker. In Gorinchem was met name de metaalfabriek de Vries-Robbé van belang waar geoefend werd.
Na mei 1940 wijzigde het takenpakket van de LBD deels. Een belangrijke taak werd het controleren op de verplichte verduistering. Dit was een maatregel om te voorkomen dat geallieerde vliegtuigen de steden of dorpen konden gebruiken als herkenningsbaken. Voor verzetsmensen was het lidmaatschap van de LBD aantrekkelijk omdat zij ’s nachts over straat konden.

Vriendschap in het verzet: de band van Henk de Bie met Marinus Spronk
De familie Spronk en De Bie kenden elkaar al voor de oorlog. De families hielden regelmatig sjoelavonden. Spronk woonde destijds in de Korte Slagenstraat, vlak bij de Grote Haarsekade waar De Bie woonde. Later verhuisde Spronk naar de Haarstraat 13. Marinus Spronk was loodgieter, radio- en electromonteur, zijn vrouw stond in de sigarenhandel aan de voorzijde van de woning. In die tijd werd elektriciteit aangelegd in de stad en in de regio, ook bij bunkers en boerderijen. Het was niet verdacht als hij voor klusjes van huis weg was in de regio. Marinus had veel contacten in de regio; iedereen kende Rooie Max (hij had rossig haar). Hij had ook een zender en een revolver, verstopt achter de trap.

In 1939 brak de 2e wereldoorlog uit en in 1940 werd ons land door het Duitse leger bezet. We hadden niets meer te zeggen in ons eigen land. De meeste Nederlanders berustten in de situatie en wachtten af. In het begin waren de Duitsers vriendelijk, er zou weinig veranderen, behalve dat we onder de nieuwe Europese orde kwamen. Henk de Bie zag al snel dat de Nazi-ideologie haaks stond op de Nederlandse normen en waarden, en vijandig tegenover het Christelijk geloof (zie ook het verhaal van zijn zoon Rien); samen met zijn katholieke vriend Spronk moest hij iets doen.

Reeds in 1941 besloten Spronk en de Bie de bezettende macht te bestrijden. Dit begon met het verspreiden van verboden krantjes, die op geheime plaatsen gedrukt werden. Hierin werd opgeroepen niet met de Duisters mee te doen, maar ze juist zoveel mogelijk tegen te werken. De Duitse politie, de Sicherheits Dienst (SD), was fanatiek in het arresteren van verspreiders van zulke krantjes, omdat volgens hen het Nederlandse volk door zulke krantjes werd opgehitst. In het begin was dat ‘Vrij Nederland’, later ‘de Oranjekrant’, ‘het Parool’ en ‘Slaet op den Trommele’. Marinus ontving exemplaren van deze illegale kranten via de Amsterdamse boekbinder B.J. de Klonia. In het begin enkele exemplaren, later in grote oplagen. De Bie wist hier als postbode wel raad mee. Hij verwierf een vaste kring van afnemers (en verspreiders) onder het personeel van het postkantoor te Gorcum. Klanten betaalden de geleverde blaadjes en deden ook vrijwillige schenkingen tot ondersteuning van de illegale organisatie die de blaadjes drukten en verspreidden. Het geld overhandigde De Bie aan Spronk.

Wanneer de Duitsers beginnen met de vervolging van de Joodse bevolking, moeten mensen ondergebracht worden; er worden contacten op het platteland gelegd. Hun meubels en bezittingen dienen, indien enigszins mogelijk, veilig gesteld te worden. Een deel wordt opgeslagen in het pakhuis (Keizerstraat) van Spronk. De kring van medewerkers groeit, maar Marinus houdt de kring beperkt tot de strikt noodzakelijke. Dan volgt de arbeidsinzet, mannen worden opgeroepen om voor de Duitsers te werken, velen duiken onder. Ook deze onderduikers hebben bonkaarten nodig (alles stond op rantsoen). Spronk krijgt contact en hulp van andere verzetsgroepen. Zo ontstaat ook het contact met ‘Marietje’ uit Utrecht en de groep Amsterdam.

Tenslotte komt er (via een koerier uit Rotterdam) contact met Engeland. Het gewapend verzet komt ter sprake. Uit sloten en grachten worden geweren opgebaggerd die de Hollandse militairen er voor hun overgave  in 1940 in hadden geworpen. Het pakhuis van Spronk is groot genoeg om de vuurwapens in op te slaan.
De Bie wilde er in elk geval één dichter bij de hand hebben. Hij had via bakkersknecht Broeren een geweer in zijn bezit gekregen. Hij maakte het geweer schoon en verborg het in het stookhok van het postkantoor. Later kreeg hij van Marinus Spronk nog 230 schietklare patronen die bij het geweer pasten. De stoker Willem Bastiaan Leenheer was bij het complot betrokken en was er bij toen de Bie het wapen beproefde door een schot in de kolen te lossen. Na diens pensionering nam zijn opvolger Hendrik Schmidt het geweer onder zijn hoede.

Door zijn functie bij de posterijen was De Bie in de gelegenheid om mensen te waarschuwen. Verdachte brieven van Nederlanders die gericht waren aan de Ortskommandant Schanz van Gorcum werden door hem opzij gelegd, de reguliere werden wel normaal afgeleverd. Hij waarschuwde de mensen die in de brieven werden genoemd, waarna Spronk de brieven verstopte in de schoorsteen van de opslagplaats; na de oorlog zouden ze de verraders opsporen. Op deze manier kon een onbekend aantal mensen tijdig onderduiken waardoor hun arrestatie werd voorkomen. Verder gebruikte hij de dienstenveloppen van de PTT voor ‘illegale post’, zoals distributie- en voedselbonnen voor de onderduikers.

G13
De Bie en Spronk maakten samen grote plannen, bespraken sabotageacties en hadden een plan klaar voor de bezetting van belangrijke gebouwen, het onklaar maken van spoorlijnen en het liquideren van vooraanstaande NSB’ers. Tevens bekeken ze uitvoerig welke rol hun geheime zender zou kunnen spelen bij een invasie. Marinus onderhield (in Esperanto) contact met andere groepen met zijn geheime zender. De Bie nam een aantal mensen in vertrouwen om een verzetsgroep op te zetten: G13 naar Gorinchem Haarstraat 13, het adres van Marinus; hiermee ondertekende hij ook zijn brieven.. Samen onderhielden ze contacten met meerdere verzetsgroepen en hielpen onderduikers en piloten onder te brengen en te voorzien van het nodige. Hiervoor vervalste Spronk ook persoonsbewijzen en hielp ze op weg. Spronk had zelf ook een Joodse onderduiker in huis net als de overburen. De Bie verzamelde allerlei wapens en munitie voor de groep partisanen en verstopte die in de opslagplaats aan de Keizerstraat.
De Bie was een zeer zwijgzame man en vertelde zijn gezin weinig of niets over zijn verzetsactiviteiten. Er was regelmatig spanning in de gezinnen de Bie en Spronk, of ze wel verder moesten gaan; het was gevaarlijk.

CS-6
Vanaf begin 1943 raakten de Bie en Spronk betrokken bij de organisatie CS-6. (Zie ook ‘De hele verzetshaard werd opgerold‘). Dit was de naam van een linkse Amsterdamse verzetsgroep, afgeleid van het adres CorelliStraat 6, Amsterdam. De groep werd in de zomer van 1940 opgericht door de joodse broers Gideon (‘Gi’) en Jan Karel (‘JanKa’) Boissevain. De groep verzamelde wapens en legde zich toe op sabotage en later ook op liquidatie van verraders. De groep is o.a. verantwoordelijk voor de aanslag op generaal H.A. Seyffardt op 5 februari 1943. Ze zochten contact met andere verzetsgroepen.

Gi en JanKa Boissevain

In 1943 werden Spronk en De Bie benaderd door ‘Marietje’ en ‘Koos’ Stempels, twee studenten uit Utrecht die betrokken waren bij CS6. Koos kende Spronk vanuit zijn tijd (1940-1941) dat hij als student op kamers woonde bij de familie Sillevis op de Appeldijk. Spronk kwam daar over de vloer om klusjes in de woning te doen, maar er werden ook verzetsactiviteiten besproken met andere groepen. Koos en Marietje vroegen aan Spronk en de Bie of ze aan springstoffen konden komen.
Spronk en De Bie wisten dat er springstoffen (trotyl) van het Nederlandse leger lagen in verschillende forten, zoals Fort Altena aan de Rijksstraatweg Gorcum-Breda. Spronk kon het trotyl tijdens klusjes als elektromonteur ‘achteroverdrukken’, waarna De Bie het trotyl in zijn fietstassen stopte en ermee naar de opslagplaats of zijn huis fietste waar hij het verstopte in het kippenhok. Ook in het kippenhok werden wapens en munitie verstopt. Later werden de springstoffen naar Amsterdam vervoerd door Spronk.  
Zeer waarschijnlijk werd de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister, op 27 maart 1943, gepleegd met de springstoffen die o.a. door beide Gorcumers waren geleverd. Deze aanslag slaagde maar ten dele, maar de uitgerukte brandweer heeft ‘bewust’ zolang geblust dat veel papieren alsnog onbruikbaar werden. Deze actie had vooral een groot moreel effect; de Duitsers waren er op gebrand om de daders te pakken te krijgen.

In 1943 loopt het mis.
In de zomer van 1943 verliest Max het contact met de groep uit Rotterdam, zijn contactpersoon is gearresteerd. Hiermee werd ook het contact met Engeland verbroken. Marietje kent een contact met een koerier op Engeland, ‘Truus’ (van Lier). Marietje wil Max met haar in contact brengen en op zaterdag 11 september ontmoet Max Truus achter het station in Haarlem. Ze was in gezelschap van ‘Loe’ (Louis Boissevain), beiden lid van CS-6. Er werden verschillende dingen afgesproken, en maakten een vervolgafspraak over het contact op Engeland op zondag 19 september, dan achter het station Holland Spoor in Den Haag. Die afspraak werd Spronk noodlottig, er was verraad in het spel.

Het heeft er alle schijn van dat CS6 is verraden door Irma Selig. Deze Duits-Joodse vrouw was ook lid van CS6 en was al eerder gearresteerd door de SD. Ze kreeg de keuze: infiltreren in het verzet, of zij en haar verloofde Leo Frijda zouden worden doodgeschoten. Ze is toen voor de SD gaan werken en heeft vele CS6 leden verraden. Op dinsdag de 14e wordt eerst Truus en daarna Loe opgepakt en verhoord.
(Zie ook het relaas van Schakel)

Op 18 september heeft Spronk eerst een afspraak in Amsterdam met Marietje. Zij weet niet dat Truus die week was opgepakt, maar was wel verbaasd dat ze niet was komen opdagen op hun afspraak. Ze besluiten dat Spronk toch gaat, voor zijn afspraak op de 19e met Truus en Loe. De zaak is echter verraden en Spronk wordt ingesloten door Duitsers. Max trekt zijn pistool; er ontstaat een kort vuurgevecht waarbij Spronk in zijn been wordt geraakt. Hij wordt door de SD (Friedrich Viebahn) gearresteerd en naar Amsterdam gebracht. Spronk kreeg het zwaar te verduren en werd zowel door de SD in Amsterdam (Ernst Wehner) als de SD in Rotterdam (Martin Kohlen) zwaar mishandeld tijdens zijn verhoren. Hij liet echter niets los. Marinus Spronk, alias Rooie Max werd met de verzetsgroep CS-6 berecht en is, na internering in het ‘Oranjehotel’, uiteindelijk op 12 januari 1944 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Op 20 september wordt mw Spronk opgepakt en ondervraagd. Na huiszoeking wordt ze meegenomen naar Rotterdam. De vier kinderen blijven achter met een militair en een geweer op hen gericht. De overbuurman waarschuwt de pastoor: die regelt dat de kinderen in het weeshuis aan de Molenstraat worden ondergebracht.

Max had een sleutel op zak van de opslagplaats aan de Keizerstraat, waar wapens, munitie en huisraad van ondergedoken Joden lag opgeslagen. Omdat de Duitsers hier ongetwijfeld meer van zouden willen weten, is er nog een nachtelijke actie op touw gezet om het pakhuis leeg te halen; alles wat op de fiets was te vervoeren kon worden weggemaakt. Toen de Duitsers de volgende dag het gebouw binnenkwamen was het vrijwel leeg!
Op het postkantoor verstopte de stoker Schmidt het geweer onder de kolen.

Verraad en arrestatie
Zodra de Bie hoorde dat Spronk was gearresteerd dook hij onder bij zijn schoonzoon, de smid Piet van Engeldorp-Gastelaars in de Kwekelstraat 4 alwaar hij zich schuilhield op de zolder.
Korte tijd later werd De Bie toch opgepakt. Als de Duitsers aan de deur verschijnen is hij gevlogen, en moet zijn vrouw mee. Dan zegt ze tegen de kinderen ‘dan moeten jullie maar even naar oom Piet en tante Wil’. Dat wilden de Duitsers toch maar even uitlopen… Even later, op 21 september 1943, 7 uur in de ochtend, stormde de SD het huis aan de Kwekelstraat binnen nadat de deur werd opgedaan, op zoek naar De Bie. Hij werd gevonden en samen met zijn schoonzoon Piet afgevoerd naar het politiebureau. Piet werd meegenomen omdat hij onderdak had gegeven aan zijn voortvluchtige schoonvader. Wil, de dochter van De Bie, die als enige wel iets wist van de verzetsactiviteiten van haar vader werd niet meegenomen of ondervraagd. Zij kreeg te horen dat zij in bed moest blijven.

Henk de Bie werd later die dag naar zijn huis op de Grote Haarsekade gebracht. Hij moest, onder bewaking, op de stoep blijven staan. De Duitsers gingen het huis binnen en liepen vrijwel direct naar het kippenhok waar ze nog munitie, explosieven en verdovingsmiddelen vonden. Ook een aantal achtergehouden brieven werden gevonden. Net als het geweer onder de kolen in het postkantoor.
Het kon niet anders dat er hier verraad in het spel was. Wie verantwoordelijk is voor dat verraad is tot op de dag van vandaag niet naar buiten gekomen. Hier loopt nog onderzoek naar…

Geen namen genoemd
Lange tijd waren er geruchten en uitspraken van diverse mensen, waaronder BS commandant M. Schakel (wiens bevindingen ook nog eens werden opgenomen in diverse boeken) dat De Bie zou zijn doorgeslagen tijdens de verhoren of dat er een lijst met afnemers bij Spronk was gevonden of dat er een briefje bij De Bie thuis was gevonden. Het gezin De Bie was hierover begrijpelijk boos en bedroefd.
Na de oorlog heeft Rinus, de zoon van H.P. de Bie, hier dan ook uitgebreid onderzoek naar gedaan en heeft hierbij contact gezocht met Schakel en diverse betrokkenen zoals de Gorcumse advocaat Mr. E. Vonkenberg. Deze verdedigde de gearresteerde Gorcumers bij de rechtzitting van het Obergericht) en met Freule Mechteld van Hardenbroek (‘Marietje’, koerierster van CS-6). De conclusie van zoon Rien de Bie: die uitspraken en geruchten kloppen niet en zijn zeker niet onderbouwd.
De Bie en Spronk hebben bepaalde verzetsactiviteiten toegegeven, waarmee ze zichzelf meer hebben belast, maar ze hebben geen namen genoemd.

Nog meer arrestaties
Op die 21ste september 1943 en de dag erna werden er nog eens 23 Gorcumers opgepakt die verdacht werden van ondergrondse activiteiten, waaronder PTT-collega Leenheer.
Net als De Bie en zijn schoonzoon werden alle arrestanten voor verhoor naar Rotterdam (Haagseveer/ Heemraads-singel) overgebracht, waar ze zes weken bleven, en daar in staat van beschuldiging gebracht. De Bie werd in Rotterdam uitgebreid verhoord (deze plek was berucht) en het leek erop dat ze alles wisten van zijn verzetsactiviteiten. Het had geen zin om te blijven ontkennen, de SD had veel bewijs tegen hem en na vele verhoren en lang lijden bekende De Bie uiteindelijk.
De aanklacht tegen de meesten luidde: ‘Het in bezit hebben van illegale lectuur, het op de hoogte zijn van een geheime zender, het op de hoogte zijn dat er in de stookkelder van het postkantoor een geweer is verborgen, het ondersteunen van illegaal werk door vrijwillige giften, het op de hoogte zijn dat de illegale groep springstoffen bezit. Verder wordt het verstrekken van bonkaarten aan onderduikers ten laste gelegd, anderen het verlenen van onderdak aan onderduikers’. De lijst met ‘strafbare’ feiten was lang, maar bleek zeker niet compleet bekend (gelukkig)…

Overleven in Kamp Vught
Na vijf weken werden Henk de Bie, zijn schoonzoon Piet van Engeldorp-Gastelaars en de andere Gorcumers getransporteerd naar Kamp Vught, het enige SS kamp in Nederland. Zowel De Bie als zijn schoonzoon kwamen daar ziek aan. In het kamp bestond een ziekenboeg, maar alleen als je ernstig ziek was of 40 graden koorts had werd je daar opgenomen. De Bie kwam terecht in het Philipscommando en hield zich bezig met het produceren van radio’s en elektrische lampen. Zijn schoonzoon Piet werkte eerst op het buitencommando, vliegveld Gilze-Rijen. Wanneer de geallieerden de startbanen hadden gebombardeerd dan moest hij deze dichtgooien met zand. Later werd hij als lasser bij het Philipscommando geplaatst, en moest daar neergestorte vliegtuigen uit elkaar halen. Deze onderdelen werden hergebruikt.

Het leven in het kamp kan deels worden opgemaakt uit de briefwisseling tussen Henk en zijn vrouw Ali de Bie. Uit de brieven van Henk blijkt een sterk vertrouwen en geloof in God waar ze elkaar hierin proberen te steunen en hoop te houden.
Opmerkelijk is dat ze allebei in hun eerste (kruisende) brief schrijven over gedoe t.a.v. het huis aan de Haarsekade: “een volmacht te tekenen doe het gerust het gaat over het huis. Het wordt waarschijnlijk geregeld zooals met burgemeester van Rappart besproken was, dus maak je geen zorgen. Ik doe niets al heb ik de volmacht buiten jouw wil, alleen het huis moet afgewerkt daar is niets aan te doen”. Het bleek te gaan om confiscatie van het 10 jaar oude huis ‘lelijk bezit’ door de gemeente Gorinchem wat zou moeten plaats maken voor nieuwbouw. Dit kreeg een naar staartje wat pas in 1964 (!) is rechtgezet. – Zie bijlage ‘Anekdote uit de oude doos’. Een lange onzekere nasleep voor de familie.


Philips-kommando || geheime samenkomst in kamp Vught || foto voor vader in kamp

Het eten was niet best, een paar boterhammen en wat waterige soep, maar gelukkig kregen ze elke week een pakket van thuis toegestuurd. De familie probeerde de pakketten te vullen met een paar sneetjes brood, boter, suiker, kaas, vis, vlees, tabak, scheermesjes etc. Ze konden elke twee weken een brief sturen. Hierdoor was het verblijf goed vol te houden.
Op zondag konden ze naar Duitse propagandafilms kijken, maar Henk en zijn schoonzoon Piet gingen liever naar een gebedsbijeenkomst die ergens op een afgelegen plek in het kamp werd gehouden. Dit moest in het geheim gebeuren want dergelijke bijeenkomsten waren streng verboden. Als je werd betrapt werd er zwaar gestraft. Henk en Piet hadden veel steun aan elkaar in het kamp. Henk’s dochter Klaaske had hem haar bijbeltje gestuurd. Hij las hier vaak uit – dit sterkte hem in zijn geloof. Hij was dan ook ontdaan toen het bijbeltje van hem werd afgenomen door de bewakers.

Het Deutsche Obergericht
Eind juni 1944 begon de eerste van de twee rechtszittingen in een kostschool in Vught, vlak bij het kamp. Het was voor het gezin De Bie erg moeilijk om Henk de Bie na 9 maanden weer te zien met een aantal Duitse bewakers om hem heen. De zitting werd een keer onderbroken door een luchtaanval. De Bie hoorde de beschuldigingen en de felle ondervragingen zwijgzaam aan. Het bleek dat hij niets had prijsgegeven wat anderen in gevaar kon brengen!
De tweede zitting was op 11 juli en de advocaat van De Bie, Mr. E. Vonkenberg, hield zijn pleidooi, hetgeen de familie weer wat hoop gaf. Hij pleitte voor strafvermindering, maar uiteindelijk werd de doodstraf uitgesproken. Het gezin De Bie mocht nog een kwartier met hem praten om afscheid te nemen, een ondragelijk moment, voor allen. Het Deutsche Obergericht veroordeelde de meeste aangeklaagden tot gevangenisstraffen, variërend van negen maanden tot vijf jaar. Alleen de gepensioneerde postbesteller W.B. Leenheer werd veroordeeld tot 1 jaar en 9 maanden tuchthuis. Slechts enkelen hoorden het verlossende woordje ‘vrijgesproken’.

Korte tijd later meldde de krant van 10 augustus 1944 het bericht dat H.P. de Bie was gefusilleerd. De zondag erop werd in de kerk voor hem gezongen, Psalm 68 vers 10 – Geloofd zij God met diepst ontzag. Dit was de wens van Henk de Bie. Tot hun grote schrik ontvingen zij op 30 augustus 1944 alsnog een brief van hun vader, gedateerd 24 augustus 1944, geschreven enkele uren voor zijn executie op 25 augustus 1944. Dit artikel begint met een passage uit die brief. Het moet voor de familie een afschuwelijk gevoel gegeven hebben dat H.P de Bie nog leefde terwijl zij dachten dat hij dood was. Er werd in die tijd ook niet voor hem gebeden terwijl hij het toen zo nodig had.

Na de bevrijding bleek dat H.P. de Bie op 23 augustus vanuit Vugt naar de Kriegswehrmachtsgefängnis aan de Gansstraat 164 te Utrecht was gebracht. Daarna werd hij op donderdagochtend 25 augustus in Fort Rhijnauwen gefusilleerd, samen met zijn celgenoten: twee andere verzetsstrijders, de heren Sauer en Vroom (communisten).
De drie lichamen zijn daarna in Velsen gecremeerd om ze naamloos te laten verdwijnen, maar hun resten bleken toch bewaard in drie urnen en werden later gevonden in Nijmegen (zie de toedracht fusillades op het Fort Rhijnauwen). De drie urnen hadden geen naam en dus zijn deze drie Nederlanders, die één waren geweest in hun verzet tegen de overweldiger, op 2 juli 1945, samen in één kist bijgezet op de algemene begraafplaats ‘Rusthof’ te Amersfoort te midden van andere omgekomen verzetsstrijders en geallieerde piloten.

Van de groep uit Gorcum mochten op 13 juli 1944 twaalf personen, waaronder Piet van Engeldorp Gastelaars, het kamp Vught verlaten. Hun straftijd van negen maanden zat erop. Anderen volgden later en sommigen herkregen bij de bevrijding pas hun vrijheid. Na 10 maanden mocht ook mw Spronk naar een leeggeplunderd huis. De revolver en zender lagen nog onder de trap. Het gezin Spronk zou nooit meer het zelfde zijn, verhard en verbitterd. Ook was er verdriet en verbittering bij de familie de Bie. De vrijheid kwam maar er was geen feest. Na de oorlog werd er niet meer over gesproken: ‘het was te erg’, ‘iedereen heeft verlies’…

Vier leden van de ‘groep Gorcum’ die in die noodlottige dagen in september 1943 werden opgepakt konden niet meer naar huis terugkeren.
Dit waren :
– Mevr. L.A.M. Buiteman-Huijsmans werd op 16 jan 1944 vermoord in kamp Vught tijdens een strafactie– (artikel).
– M. Spronk werd op 12 jan 1944 doodgeschoten op de Waalsdorpervlakte
– W.B. Leenheer kwam op 12 mrt 1945 om het leven door ontbering in Kassel (Duitsland)
– H.P. de Bie werd op 25 aug 1944 doodgeschoten in Fort Rhijnauwen te Bunnik

De gemeenteraad van Gorinchem besloot op 8 oktober 1948 de namen van De Bie en Spronk te verbinden aan resp. de H.P. de Biestraat en de Marinus Spronklaan. Ze zijn beiden opgenomen in de Erelijst der gevallenen H.P. de Bie en Erelijst M. Spronk, een boek wat in de Tweede Kamer ligt. Elke dag wordt een bladzijde omgeslagen ter herinnering en om hun namen in ere te houden.

Aanklacht (met opsomming verzetsdaden)
Rechtbankrelaas (Dui)Aanklacht uit Relaas Schakel (NL)
Oordeel Duitse Hooggerechtshof

Underground-War-HP de Bie (van zoon Marinus) met meer details.
Artikel Wil verhaal van (dochter) Wil Engeldorp-Gastelaars – de Bie

Gerelateerde sites:
oorlogsgravenstichting
Hendrik Peter de Bie – WO2Slachtoffers.nl
Leg een bloemetje: erelijst gevallenen H.P. de Bie en erelijst M. Spronk
Monument Fort Rhijnauwen: lijst gefusilleerdentoedracht op het Fort
Opzet en oefeningen Luchtbeschermingsdienst Gorinchem

Verhaal Marinus Spronk (Kees Lange)

Verhaal Marinus Spronk (Stad Gorinchem 2009, door zoon Ton Spronk)
Verhaal Marinus Spronk vlg CvBS Schakel
Verhaal collega Leenheer
Verhaal ‘Marietje’, Freule Mechteld van Hardenbroek
Gorcumse gezichten van WO2

Meer documenten en Foto’s ; Meer Familiefoto’s (afgeschermd)
Briefwisseling (afgeschermd) met een naar staartje Wurgcontract: